Weetjes
Het broeikaseffect
door R. de Bode – datum: 27 mei 2026
Wat is eigenlijk het broeikaseffect? En wat heeft dat te maken met klimaatverandering?
Waarom warmt de aarde eigenlijk op, en wat zijn de gevolgen voor Nederland?

Van nature komen er in de atmosfeer broeikasgassen voor zoals methaan en CO2. Dat is maar goed ook, want anders zou het op aarde veel kouder zijn. Broeikasgassen zorgen er namelijk voor dat de warmte van de zon wordt vastgehouden, het zogenaamde broeikaseffect.

Zonder broeikasgassen zou het op aarde gemiddeld 18 graden Celsius onder nul zijn. Door het broeikaseffect is dat gemiddeld 15 graden Celsius bóven nul! Dat zit zo: overdag verlicht de zon de aarde niet alleen maar ze warmt ook het aardoppervlak op. ’s Nachts wordt een deel van deze warmte afgegeven aan de atmosfeer; de rest vliegt terug de ruimte in. Hoe dit proces precies verloopt hangt onder andere af van het soort aardoppervlak (land geeft meer warmte af dan water) en de samenstelling van de atmosfeer. Tussen inkomende en uitgaande energie heerst een bepaald evenwicht dat die gemiddelde 15 graden Celsius tot gevolg heeft.
De aarde warmt op
De laatste 250 jaar zijn er veel meer broeikasgassen in de atmosfeer gekomen. De samenstelling daarvan is zodoende veranderd, waardoor er meer warmte wordt vastgehouden. Daarom stijgt de temperatuur van de atmosfeer sinds 140 jaar. Wetenschappers noemen dit het ‘versterkte broeikaseffect’. De meeste mensen hebben het gewoon over ‘het broeikaseffect’ als ze over de opwarming van de aarde praten. Maar eigenlijk bedoelen ze dan dat extra broeikaseffect.
Opwarming vooral door de mens
De mens is de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde – niet alleen omdat die steeds meer energie nodig heeft voor alles waarmee hij bezig is, maar ook omdat er steeds meer mensen bij komen: waren er in het jaar 1800 1 miljard mensen op aarde – nu zijn dat er ruim 8 miljard!

Sinds de industriële revolutie worden steeds meer broeikasgassen uitgestoten, vooral CO2. Dat ontstaat bij de verbranding van hout, steenkool en aardolieproducten zoals aardgas en benzine, voor het opwekken van energie. Die is nodig voor de opwekking van elektriciteit, voor de aandrijving van auto’s, schepen en vliegtuigen, en voor het verwarmen van huizen en gebouwen.
CO2 wordt weliswaar opgenomen door bomen en planten, die groeien ervan, maar daarvan zijn er steeds minder. Bossen maken plaats voor huizen of voor landbouw. Hierdoor zit er nu 40 procent meer CO2 in de lucht dan 250 jaar geleden.
Waarom is het een probleem?
Door de opwarming van de atmosfeer, en dus van de aarde, verandert ons klimaat. Dat heeft allerlei gevolgen: de zeespiegel stijgt bijvoorbeeld, het weer wordt extremer (hevige regenbuien, meer hittegolven), sommige delen van de aarde worden droger terwijl er op andere delen juist meer neerslag valt. Een klimaat dat verandert is niets nieuws, dat gebeurt al zolang de aarde bestaat, en de aarde en de mens hebben altijd kans gezien zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Maar de huidige veranderingen gaan erg snel, sneller dan het aanpassingsvermogen van de aarde, wordt gevreesd.
Welke broeikasgassen zijn er?
De belangrijkste broeikasgassen zijn CO2, methaan (CH4), lachgas en waterdamp.
CO2 is de afkorting van koolstofdioxide. Het wordt ook wel koolzuurgas genoemd. De twee belangrijkste bronnen van CO2 zijn fossiele brandstoffen en verandering van landgebruik.
Koolstofdioxide wordt vastgelegd door bomen en andere organismen. De aarde kende een periode, vele miljoenen jaren geleden, waarin de resten van afgestorven planten en bomen zich ophoopten in lagen die bedolven raakten onder dikke lagen zand en gesteente. Zo veranderden deze materialen in steenkool, aardolie en aardgas. Als ze worden verbrand komt de CO2 waaruit ze ooit waren gemaakt weer vrij.
Naast de uitstoot door fossiele brandstoffen zorgt verandering van landgebruik ook voor CO2 emissies. Er vindt ontbossing plaats om bijvoorbeeld ruimte te maken voor landbouwgrond. Hierbij komt de CO2 die in het hout is vastgelegd in de lucht terecht. Ook veengronden kunnen CO2 laten ontsnappen wanneer deze droogvallen. Dit komt omdat veengronden grote hoeveelheden plantenresten bevatten, die omgezet kunnen worden in CO2 als het waterpeil te ver zakt.
Methaan (CH4) komt vooral vrij bij de veeteelt. Koeien, schapen en geiten produceren methaan bij het verteren van voedsel. Die methaan komt via hun adem, boeren en scheten in de lucht. Verder komt er methaan vrij bij het verbouwen van rijst en uit afvalstortplaatsen. Methaan is een sterk broeikasgas: 1 kilo methaan heeft hetzelfde effect als 28 kilo CO2.
Lachgas (N2O, distikstofoxide) komt vooral vrij uit grond die bemest is met kunstmest of dierlijke mest. Lachgas is een zeer sterk broeikasgas: 1 kilo lachgas heeft hetzelfde effect als 265 kilo CO2.

Waterdamp is ook een broeikasgas. Waterdamp is onzichtbaar, maar kan condenseren tot wolken onder bepaalde condities. Door de opwarming van de aarde wordt de lucht warmer, en warme lucht kan meer waterdamp bevatten. Omdat waterdamp een broeikasgas is, zorgt die extra waterdamp in de lucht voor meer opwarming, waardoor de lucht nog meer waterdamp kan bevatten, waardoor de aarde nog verder opwarmt enzovoort. Zo versterkt het broeikaseffect van waterdamp zichzelf. Mensen kunnen niets doen of laten om de hoeveelheid waterdamp in de lucht te sturen.
Fluorgassen zijn de sterkste broeikasgassen op aarde: ze kunnen duizenden keren zoveel opwarming veroorzaken als CO2. Bekende fluorgassen zijn HFK’s en PFK’s die kunnen voorkomen in onder andere spuitbussen, airco’s en koelkasten. Het krachtigste fluorgas is SF6, dat wordt gebruikt als isolatiegas in het elektriciteitsnet. SF6 veroorzaakt 22.800 keer zoveel opwarming als CO2.
Vorige eeuw zijn afspraken gemaakt om te voorkomen dat dit soort sterke broeikasgassen vrijkomen. Toch eindigen fluorgassen nog in de lucht, bijvoorbeeld als koelkasten en airco’s niet goed worden afgedankt. Om te voorkomen dat fluorgassen weglekken gelden wereldwijd strenge regels voor het gebruik en de verwerking ervan wanneer ze worden afgedankt. Zo moeten koelkasten, vriezers en airco’s als ze worden afgedankt worden verwerkt in speciale installaties. Hier worden de gassen opgevangen en onschadelijk gemaakt.
Schrijfwijze
Om het effect van al deze broeikasgassen mee te nemen, worden deze uitgedrukt in CO2-equivalenten of ‘CO2-eq’. In berekeningen van Milieu Centraal gebruiken we CO2-equivalenten, maar om het makkelijker leesbaar te maken schrijft Milieu Centraal meestal ‘CO2-uitstoot’ en CO2.
CO2 is het belangrijkste broeikasgas
Van alle broeikasgassen die de mens uitstoot, is CO2 het belangrijkst. Ruim de helft van het versterkte broeikaseffect wordt veroorzaakt door CO2. Methaan staat met 16% op de tweede plaats. Waterdamp is ook een belangrijk broeikasgas, maar de mens brengt dit niet zelf in de lucht.